Gemeenten zijn sinds 2015 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo). Ook moeten gemeenten het toezicht op de uitvoering van de Wmo organiseren, het Wmo-toezicht. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (IGJ) heeft de wettelijke taak om daarover elk jaar te rapporteren. Deze rapportage gaat over het kwaliteitstoezicht Wmo in 2024.
We sluiten in deze rapportage aan bij het beleidskader Wmo-toezicht - kwaliteitstoezicht. In 2023 deed de voormalige staatssecretaris van het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS) verbetervoorstellen voor de taken, bevoegdheden en verantwoordelijkheden van de Wmo-toezichthouder en gemeenten.
Hieruit volgden een aantal stappen:
- Stimuleringsprogramma toezicht Wmo: Begin 2025 startte het Stimuleringsprogramma toezicht Wmo.
- Keuzehulp Wmo-toezicht: De VNG stelde een keuzehulp Wmo-toezicht op met praktische handvatten voor gemeenten om het Wmo-toezicht te organiseren en in te richten.
- Het model toetsingskader kwaliteitstoezicht: In augustus 2025 publiceerde de VNG een model toetsingskader voor kwaliteitstoezicht.
- De wetswijziging van de Wmo 2015: momenteel is een wetswijziging van de Wmo 2015 in voorbereiding. Hiermee wordt een wettelijke basis gelegd voor de onafhankelijke positie van de toezichthouder, de inrichting en organisatie van het Wmo-toezicht in de gemeentelijke context en de transparantie van het Wmo-toezicht.
In totaal deden 280 (respons 82%) gemeenten in Nederland mee aan het onderzoek naar kwaliteitstoezicht Wmo in 2024. Dat is 13% meer dan in 2023, een positieve ontwikkeling. In deze rapportage beschrijven we de meest opvallende resultaten. We zien een gunstige ontwikkeling in de richting van versterking van de onafhankelijke positie van de toezichthouder, meer transparantie over het Wmo-toezicht en een toename in de onderlinge samenwerking van gemeenten. Tegelijkertijd is verbetering nodig op onderdelen zoals registratie en openbaarmaking van jaarverslagen.
Conclusies
De IGJ ziet dat de meeste gemeenten zich inzetten voor een goede organisatie en uitvoering van het Wmo-toezicht. De IGJ vraagt vooral aandacht van de gemeenten voor de onafhankelijkheid en de transparantie van het Wmo-toezicht. Het overgrote deel van de gemeenten werkt samen bij de organisatie en uitvoering van het Wmo-toezicht, maar dit geldt niet voor alle gemeenten.
De conclusies van dit onderzoek over 2024 zijn vergelijkbaar met onze conclusies in de rapportage over 2022 en 2023. De uitkomsten van het onderzoek over 2024 delen we ook dit jaar weer in volgens een aantal principes van goed toezicht:
- Onafhankelijkheid
- Transparantie
- Samenwerking
Het stimuleringsprogramma om de kwaliteit van het Wmo-toezicht te verbeteren, ging begin 2025 van start. Inmiddels zetten VWS, de Vereniging Nederlandse Gemeenten, gemeenten, GGDGHOR Nederland en Wmo-toezichthouders flinke stappen. Ook de IGJ sluit aan als het gaat om het verbeteren van de samenwerking. De inspectie verwacht dat de effecten de komende jaren zichtbaar worden.
Onafhankelijkheid in ontwikkeling

Voor het functioneren van toezicht is het essentieel dat de Wmo-toezichthouder het werk onafhankelijk en zelfstandig uit kan voeren. Dat betekent zonder inmenging van het college van burgemeester en wethouders of van anderen die zich bezighouden met beleid, inkoop en de toewijzing van voorzieningen.
Het vastleggen van wat onafhankelijheid betekent voor de Wmo-toezichthouder in een openbaar document kan beter:
- Het overgrote deel van de gemeenten beschrijven de keuzes voor de organisatie en inrichting van het Wmo-toezicht (of doen dit op korte termijn). De meeste gemeenten hebben het toezichtbeleid ook formeel vastgesteld.
- Driekwart van de gemeenten beschrijft de onafhankelijkheid van het Wmo-toezicht in hun Wmo-toezichtbeleid. In bijna de helft van de gemeenten stelt de Wmo-toezichthouder een eigen werkprogramma op.
- Bij een op de acht gemeenten is sprake van functieverstrengeling. Vanuit het belang van onafhankelijkheid is het noodzakelijk om deze situatie te beëindigen.
Toelichting op onze conclusies over onafhankelijkheid
- Van de 280 gemeenten die meegedaan hebben aan dit onderzoek, hebben 249 gemeenten de keuzes voor de organisatie en inrichting van het Wmo-toezicht beschreven. Of zij zijn van plan dit op korte termijn te doen.
- Van de deelnemende gemeenten heeft ruim 90% het Wmo-toezichtbeleid formeel laten vaststellen. Meestal (46%) door het college van burgemeester en wethouders. In 23% van de gemeenten deed de gemeenteraad dit. In 11% van de gevallen heeft het bestuur van het samenwerkingsverband het beleid vastgesteld.
De meeste gemeenten regelen de onafhankelijkheid van de Wmo-toezichthouder.
- Bijna 75% van de gemeenten beschrijft dat de toezichthouder onafhankelijk zijn of haar werk verricht. 10% van de gemeenten gaat dit nog doen.
- 45% van de gemeenten (was in 2023 ongeveer 40%) heeft geregeld dat de Wmo-toezichthouder zelf het werkprogramma maakt. Zij doen dit op basis van eigen, onafhankelijk inzicht.
- In 35 gemeenten is sprake van functieverstrengeling. Functieverstrengeling, bijvoorbeeld als de Wmo-toezichthouder op hetzelfde moment ook de kwaliteitsmanager of juridisch adviseur is, staat lijnrecht tegenover onafhankelijkheid.
In onze regio werkt het juist goed om het werkprogramma van de Wmo-toezichthouder (de GGD) in samenspraak op te stellen. Op basis van input uit de praktijk, data over opvallende ontwikkelingen in zorginzet en informatie van de toezichthouder, selecteert de toezichthouder aanbieders waar zij een onderzoek gaan uitvoeren. Zo samenwerken draagt bij aan gerichte kwaliteitsverbetering door de zorgaanbieders. - Gemeenten Zeist, De Bilt, Bunnik, Wijk bij Duurstede en Utrechtse Heuvelrug
Voorbeeld onafhankelijkheid
In 2024 stelde de gemeente Amsterdam het beleidskader Toezicht en Handhaving Wmo/Jeugdwet: Zicht op kwaliteit en rechtmatigheid vast. Het nieuwe beleidskader versterkte de onafhankelijke positie van de Wmo-toezichthouder. De toezichthouders van de GGD Amsterdam hebben nu een directe lijn naar de wethouder. Dat maakt de toezichthouder meer zichtbaar. Zo informeren toezichthouders de wethouder nu periodiek over wat er speelt en trends die zij zien.
Daarnaast heeft de GGD Amsterdam voor het jaar 2025 voor het eerst het eigen werkprogramma bepaald. In 2024 heeft de GGD Amsterdam input opgehaald bij onder ander de beleidsafdelingen van de gemeente, de Wmo-adviesraad Amsterdam, Cliëntenbelang Amsterdam en de contractmanagers. Ook de rapportages van de Rekenkamer, Ombudsman en de IGJ namen ze mee. En natuurlijk de eigen ervaringen, trends en risico's die zij als toezichthouder zelf zien. Uitkomst is dat in het werkplan 2025 het plan staat om toezicht uit te voeren naar de kwaliteit van de ondersteuning door de buurtteams.
Transparantie nog steeds een uitdaging

Transparantie is een belangrijk principe voor goed toezicht. Openbaarmaking is een onderdeel van transparantie: de overheid publiceert proactief informatie en maakt deze informatie voor iedereen toegankelijk. Openbaarmaking van uitkomsten van toezicht geeft inwoners, gebruikers van voorzieningen en bestuurders van organisaties en gemeenten inzicht in de kwaliteit en mogelijkheden voor verbetering.
Gemeenten kunnen meer openbaar maken over het Wmo-toezichtbeleid. Dat geldt ook voor het openbaar maken van rapporten. Veel kwantitatieve informatie over reactief toezicht ontbreekt. De registratie van bezoeken en rapporten kan professioneler. 3 op de 10 gemeenten maakten het Wmo-toezichtbeleid (nog) niet actief openbaar.
- Ten opzichte van 2023 voeren meer gemeenten proactief toezicht uit. Ook maken meer gemeenten de rapportages over proactief toezicht openbaar.
- Bijna 20% van de gemeenten kan geen informatie geven over het aantal proactieve onderzoeken of toezichtrapporten. Ook de registratie van het aantal verplichte meldingen (van calamiteiten en geweld) is bij 20% van de gemeenten niet op orde. Verbetering van de registratie van proactief toezichtbezoeken, openbaarmaking van de rapporten en het aantal verplichte meldingen is bij deze gemeenten zeker mogelijk.
- Bijna 20% van de gemeenten maakt geen jaarverslag over het Wmo-toezicht.
- Ruim 30% van de gemeenten maakt het jaarverslag niet openbaar.
- Het is niet vanzelfsprekend dat de gemeenteraad dit jaarverslag ontvangt.
- Een ruime meerderheid (70%) van de gemeenten informeert de adviesraad sociaal domein of een vergelijkbaar ander platform voor burgervertegenwoordiging niet over het jaarverslag.
Toelichting op onze conclusies over transparantie
De meeste gemeenten beschrijven hun keuzes over de organisatie en inrichting van het Wmo-toezicht en stellen het formeel vast. Van deze gemeenten maakt 65% het beleid voor het Wmo-toezicht zelf openbaar, dat is vergelijkbaar met 2023. Bijvoorbeeld op de website van de gemeente, het samenwerkingsverband, of via de websites www.officielebekendmakingen.nl of www.overheid.nl. In 2024 maakte 29% van de gemeenten hun Wmo-toezichtbeleid nog niet openbaar. Voor 6% van de gemeenten geldt dat zij ‘anders’ invulden. Bijvoorbeeld omdat de GGD het toezichtbeleid publiceert of dat het beleid deels openbaar is.
Er zijn 265 gemeenten die vragen over proactief toezicht invulden. 15 gemeenten geven aan geen proactief toezicht uit te voeren. Van de 265 gemeenten geeft 71% aan dat er in 2024 proactieve toezichtactiviteiten plaatsvonden (was in 2023 56%). In 25% van de 265 gemeenten voerde de Wmo-toezichthouder echter geen proactieve toezichtactiviteiten uit. Bij 4% van de gemeenten is het onbekend of er proactief toezicht is uitgevoerd. Van de 200 gemeenten die proactief toezicht uitvoeren maakte 31,5% de rapportages openbaar (dat was in 2023 25%). Bij 19,5% van de gemeenten in dit onbekend. De overige 49% van de gemeenten maakte nul rapporten openbaar.
Wij hebben in het kader van preventie een kwaliteitstoets ontwikkeld om de gebiedsteammedewerkers te ondersteunen in het beoordelen van de kwaliteit van PGB-zorgaanbieders. - Gemeente Súdwest-Fryslân
Gemeenten geven aan dat de toezichthouders in 2024 ten minste 597 rapporten over proactieve toezichtbezoeken schreven. In totaal maakten de gemeenten 190 rapporten openbaar.
Ongeveer 20% van de gemeenten die proactief toezicht uitvoeren, geeft aan geen goed zicht te hebben op het aantal rapporten dat de toezichthouders schreven over proactieve toezichtbezoeken. Zij weten ook niet of deze rapporten wel of niet openbaar zijn.
Van de 280 gemeenten die de vragenlijst invulden, voerden 278 gemeenten in 2024 reactief toezicht uit. In 184 gemeenten zijn in totaal 585 verplichte meldingen (van calamiteiten en geweld) gedaan. Bij 40 gemeenten kwamen geen verplichte meldingen binnen en 54 gemeenten weten niet hoeveel verplichte meldingen er in hun gemeente zijn gedaan.
Aantal gestarte onderzoeken
De IGJ vroeg aan de 184 gemeenten die verplichte meldingen ontvingen en de 54 gemeenten die niet weten hoeveel verplichte meldingen er zijn gedaan, hoeveel onderzoeken er in 2024 startten. Er zijn 149 gemeenten die aangaven dat er één of meer onderzoeken startten. Er zijn 50 gemeenten die niet weten hoeveel onderzoeken er startten en 39 gemeenten gaven aan dat er geen onderzoeken startten.
Aantal opgestelde rapporten
Daarnaast vroeg de IGJ aan de 149 gemeenten die één of meer onderzoeken startten en aan de 50 gemeenten die niet weten hoeveel onderzoeken er startten, hoeveel rapporten er in 2024 zijn opgesteld. Voor 94 gemeenten gold dat er één of meer onderzoeksrapporten zijn opgesteld. Er zijn 40 gemeenten die niet weten hoeveel rapporten er zijn opgesteld en 65 gemeenten gaven aan dat er nul rapporten opgesteld zijn.
Van de 585 verplichte meldingen onderzochten 220 aanbieders zelf de melding en 143 keer deed Wmo-toezichthouder dat. Verder kregen 31 verplichte meldingen een andere opvolging. Bij de overige 191 verplichte meldingen vond waarschijnlijk geen onderzoek plaats. Over de 585 verplichte meldingen zijn met zekerheid 186 rapporten over uitgevoerde onderzoeken opgesteld. Voor 399 verplichte meldingen is niet bekend of er een onderzoeksrapport is opgesteld.
Elk onderzoek naar aanleiding van een verplichte melding biedt kansen om te leren en gerichte verbeteracties uit te voeren. Handhaving heeft daarom meerdere vormen, zoals formulering van verbetermaatregelen, het opvragen van een verbeterplan en het hertoetsen. Daarnaast kan het college van burgemeester en wethouders ook andere handhavingsmaatregelen treffen, zoals het geven van correcties (n-69) of waarschuwingen (n=7). Ook zijn er bestuursrechtelijke (n=7) en privaatrechtelijke maatregelen (n=23) genomen.
Zorg dat je eerst de basis op orde hebt. Verordening en beleidsregels zijn een voorwaarde voor goed toezicht. - Gemeente Almelo
Naar aanleiding van elk rapport dat de toezichthouder schreef in het kader van preventief toezicht, zijn we als contractmanagers in het kader van de relatie in gesprek gegaan met de onderzochte aanbieder ongeacht de resultaten van het rapport. - Gemeente Borger-Odoorn
In het afgelopen jaar met gemeenten en toezichthouders gesproken over de inhoud en opvolging van rapporten. Beide partijen koppelen nu terug wat er met het rapport zou moeten gebeuren en wat voor gesprek er is geweest tussen gemeente en zorgaanbieder. - Lekstroomgemeenten
- Over 2024 kan ongeveer 20% van de gemeenten geen kwantitatieve informatie over het Wmo-toezicht geven.
- Er zijn 54 gemeenten die niet weten hoeveel verplichte meldingen van calamiteiten en geweld er bij hun binnenkomen.
- Er zijn 50 gemeenten die geen informatie over het aantal uitgevoerde onderzoeken hebben.
- En 40 gemeenten hebben geen informatie over het aantal opgestelde rapporten.
Dergelijke informatie is niet alleen waardevol vanuit het oogpunt van transparantie. Het helpt ook om de leer- en verbetercyclus van het Wmo-toezicht en het gemeentelijke beleid te versterken.
-
67% van de gemeenten maakt een jaarverslag over het Wmo-toezicht in 2024, waarvan 49% openbaar is. De andere gemeenten hebben (nog) geen jaarverslag of maken dit (nog) niet openbaar.
-
Van de gemeenten die een jaarverslag hebben, geeft 55% aan dat de Wmo-toezichthouder het bespreekt met de verantwoordelijke ambtenaar. 20% bespreekt het (ook)met de verantwoordelijke wethouder.
-
In 20% van de gemeenten (in 2023: 29%) biedt het college van burgemeester en wethouders het jaarverslag aan aan de gemeenteraad. Daarnaast is 18% van de gemeenten (in 2023: 22%) van plan dit in de toekomst te gaan doen.
-
Verder biedt 10% van de gemeenten het jaarverslag aan de adviesraad sociaal domein of een vergelijkbaar ander platform voor burgervertegenwoordiging aan. In 2023 was dit 16%.
Voorbeelden transparantie
GGD regio Utrecht ontdekte dat aanbieders onvoldoende wisten van de afspraken over het melden en onderzoeken van calamiteiten en geweldsincidenten. Zij deden in 2023 een onderzoek. Ze willen er namelijk voor zorgen dat de meldingsbereidheid groter wordt. Inmiddels weet GGD regio Utrecht waarom aanbieders niet altijd een melding doen. En ze weten wat ze er als toezichthouder aan kunnen doen.
Zo worden:
- definities duidelijker beschreven
- kijken ze met gemeenten hoe zij aanbieders beter kunnen informeren
- hebben ze de termijnen voor zelfonderzoek door de aanbieder verruimd
- en wordt het voor aanbieders makkelijker om een melding te doen.
Voor meer informatie over dit onderzoek: mail naar wmotoezicht@ggdru.nl
Update 2024
Tijdens een netwerkbijeenkomst in 2024 met gemeenten, contractmanagers en toezichthouders is het onderzoek meldingsbereidheid inclusief verbetermaatregelen besproken. De uitwisseling tussen partijen in de regio gaat steeds beter en bij aanbieders is de plicht om calamiteiten te melden onder de aandacht gebracht.
Inmiddels ziet de GGD-regio Utrecht een voorzichtig stijgende lijn in de meldingen van calamiteiten. In 2023 waren er 26 meldingen. In 2024 38. En halverwege 2025 zijn er al bijna 40 calamiteiten gemeld. Gezien de grootte van de regio moeten er meer calamiteiten zijn, dus de GGD-regio Utrecht blijft aandacht hiervoor vragen. Maar dat het aantal meldingen van calamiteiten nu stijgt, dat is een positieve ontwikkeling.
Samenwerking: vaak en gevarieerd

Aanbieders werken vaak over gemeentegrenzen heen. Om die reden is het noodzakelijk dat gemeenten in het Wmo-toezicht met elkaar samenwerken om gezamenlijk te kunnen optreden. Organisaties die ondersteuning bieden vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning, bieden regelmatig ook zorg vanuit de Zorgverzekeringswet, Jeugdwet en/of Wet langdurige zorg. De Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd is de toezichthouder als het gaat om zorg geboden vanuit deze 3 wetten. Als een Wmo-aanbieder zorg biedt vanuit verschillende wetten, dan heeft de aanbieder dus te maken met zowel het Wmo-toezicht als toezicht door de IGJ.
- Het overgrote deel van de gemeenten werkt samen met andere gemeenten in het kader van het Wmo-toezicht.
- Er zijn veel verschillen in de manier waarop gemeenten met elkaar samenwerken en de mate van samenwerking.
- Gemeenten willen graag een betere samenwerking van de Wmo-toezichthouder met de IGJ.
Toelichting op onze conclusies over samenwerking
In de organisatie en inrichting van het Wmo-toezicht werkt 94% van de gemeenten samen (2023: 90%). Als voordelen van samenwerking noemen zij:
- Eenduidigheid in beleid en aanpak
- Gemakkelijke uitwisseling van gegevens
- Betere aansluiting bij aanbieders die werken in meerdere gemeenten
- Kostenbesparing en minder administratieve lasten
Over 2024 zijn er 52 samenwerkingsverbanden van gemeenten bekend. Door het toevoegen van een specifieke vraag in de vragenlijst zijn er nu meer samenwerkingsverbanden in beeld dan voorgaande jaren. Van de 52 samenwerkingsverbanden vulden er 35 de vragenlijst als groep in. De gemeenten in de overige samenwerkingsverbanden vulden de vragenlijst individueel in.
De manier waarop gemeenten met elkaar samenwerken is heel verschillend:
- Soms organiseert een groep gemeenten het toezicht regionaal. De samenwerking kan zich ook beperken tot 2 gemeenten.
- Van de gemeenten belegt 48% de uitvoering van het proactieve toezicht geheel of gedeeltelijk bij een GGD. Dat was in 2023 nog 40%
- Van de gemeenten belegt 58% de uitvoering van het reactieve toezicht geheel of gedeeltelijk bij een GGD. Dat was in 2023 nog 54%.
Er zijn 17 gemeenten (2023: 24) die laten weten dat zij niet samenwerken. Het valt op dat dit in verhouding voornamelijk grote(re) gemeenten zijn.
Gemeenten willen graag een betere samenwerking van de Wmo-toezichthouder(s) en de IGJ. Dit geeft (zorg)aanbieders duidelijkheid en voorkomt dubbel toezicht. Als we de inzichten uit Wmo-toezicht en IGJ-toezicht samenbrengen, ontstaat er een optelsom van kennis en ervaring. De IGJ vindt dit ook belangrijk. Door de verschillende regels en stelsels is dit niet makkelijk. Toch werkt de IGJ aan verbetering van de samenwerking door meer te investeren in een duidelijke en herkenbare benadering van het Wmo-toezicht.
Toezicht moet breder en integraler worden opgevat. Het moet in samenhang worden georganiseerd en uitgevoerd, met betrokkenheid van alle relevante partijen. Ook de landelijke evaluatie van toezicht zou op een integrale manier moeten plaatsvinden: over kwaliteit én rechtmatigheid, over Wmo én Wlz. Met inbegrip van alle andere vormen van toezicht. - Gemeente Zwolle
Voorbeelden Samenwerking
In de regio Rotterdam-Rijnmond wilden de wethouders graag structurele samenwerking tussen de gemeenten en het Wmo-toezicht. Zij vinden het bijvoorbeeld belangrijk om signalen te bespreken en willen het melden van calamiteiten onder de aandacht brengen bij Wmo-aanbieders. Inmiddels zijn er in de meeste gemeenten in de regio vaste overlegmomenten tussen de gemeenten de toezichthouders. Daarbij zijn ook beleidsadviseurs en contractmanagers aanwezig.
De Wmo-toezichthouders (GGD Rotterdam-Rijnmond) hebben een contactpersoon voor elke regiogemeente. Daardoor zijn zij makkelijker bereikbaar en worden vragen en signalen nu sneller en effectiever opgepakt. De Wmo-toezichthouders hebben daarnaast jaarlijks een gesprek met de wethouders.
Update 2024
Er is in 2024 extra geïnvesteerd in de bekendheid van het Wmo-toezicht en de relatie met Wmo-aanbieders. Het afgelopen jaar zijn in verschillende gemeenten binnen de regio Rotterdam-Rijnmond presentaties gegeven voor zorgaanbieders. Aanleiding voor deze presentaties waren de accountgesprekken van de gemeente met de aanbieders. De belangrijkste onderwerpen die tijdens de presentaties aan bod kwamen waren de organisatie en uitvoering van het Wmo-toezicht en de wettelijk verplichte meldingen met betrekking tot calamiteiten en geweldsincidenten. Daarnaast organiseerde de Wmo-toezichthouders van de GGD Rotterdam-Rijnmond digitale bijeenkomsten voor aanbieders waarbij ook gelegenheid was voor het stellen van vragen.
In de regio Midden-Holland werken we steeds nauwer samen. Op het gebied van inkoop en contractmanagement doen we dit al geruime tijd en sinds 2020 zetten we steeds meer stappen voor de regionale inzet op toezicht. Per 1 januari 2025 wordt deze regionale samenwerking voortgezet als een gemeenschappelijke regeling.
Door de politieke steun om toezicht goed te organiseren, is het team van toezichthouders sinds maart 2023 gegroeid naar 4 toezichthouders. Momenteel is er nog geen vastgesteld beleidsplan, maar de basis van het regionaal toezicht staat. Het signaal-gestuurd toezicht is doorontwikkeld en er is een start gemaakt met de voorbereiding voor het risico-gestuurd toezicht. Daarmee krijgen we steeds een beter beeld van het Wmo-toezicht (kwaliteit en rechtmatigheid) dat we willen en nodig hebben voor ons zorglandschap.
Update 2024
In 2023 schreven we dat de gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard Waddinxveen en Zuidplas zich aan het voorbereiden waren voor het onderbrengen van inkoop, contractmanagement, (regionaal) beleid en het toezicht op (de ingekochte zorg binnen) Wmo en Jeugd in een gezamenlijke regeling. Ook 2024 stond in het teken van de voorbereidingen hierop om dit per 1 januari 2025 te realiseren. De keuze is gemaakt om het calamiteitentoezicht Wmo onderdeel te laten zijn van deze gemeenschappelijke regeling per 1 juli 2025. Het aantal meldingen van calamiteiten was de afgelopen jaren relatief laag. De verwachting was dat vanuit de gemeenschappelijke regeling het belang van melden beter onder de aandacht gebracht kon worden bij aanbieders. Er is veel aandacht besteed aan het belang van meldingen en er is informatiemateriaal opgesteld voor aanbieders en andere ketenpartners. Alvast een doorkijkje naar 2025, er is een stijging zichtbaar in het aantal calamiteitenmeldingen. (Gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard Waddinxveen en Zuidplas)
De 8 gemeenten hebben nu toezichthouders kwaliteit en rechtmatigheid die voor alle gemeenten werken. Er zijn gezamenlijke werkafspraken, protocollen en formats. Dit zorgt voor consistentie en kwaliteit in het toezicht. Over het werkplan vindt jaarlijks afstemming plaats met de gemeenten.
Op de website van de IGJ staat een pagina met informatie voor gemeenten en voor gemeentelijke toezichthouders. We geven antwoord op de meest gestelde vragen. De toetsingskaders die de inspecteurs zelf gebruiken, staan er op een rijtje.
Op deze pagina staat ook de link naar het formulier om calamiteiten bij de IGJ te melden. Gemeenten of Wmo-toezichthouders kunnen via deze pagina contact met de IGJ opnemen als er situaties zijn waar Wmo-toezicht en toezicht door de IGJ elkaar raken.
Samenwerkingsverbanden tussen gemeenten in Nederland
Regio Brabant Noordoost Oost
Gemeenten Bernheze, Boekel, Land van Cuijk, Oss en Maashorst
Meerinzicht
Gemeenten Ermelo, Harderwijk, Putten en Zeewolde
Drechtsteden
Gemeenten Dordrecht, Zwijndrecht, Papendrecht, Sliedrecht, Alblasserdam, Hardinxveld-Giessendam en Hendrik-Ido-Ambacht
Zuid-Limburgse gemeenten
Gemeenten Beek, Beekdaelen, Brunssum, Eijsden-Margraten, Gulpen-Wittem, Heerlen, Kerkrade, Landgraaf, Maastricht, Meerssen, Simpelveld, Sittard-Geleen, Stein, Vaals, Valkenburg aan de Geul en Voerendaal
Samenwerkingsverband Hart van Brabant
Gemeenten Oisterwijk, Goirle, Hilvarenbeek, Tilburg, Dongen, Heusden en Loon op Zand
Regio Zuidoost Utrecht
Gemeenten Zeist, Bunnik, De Bilt, Utrechtse Heuvelrug en Wijk bij Duurstede
Gemeenten Noord-Limburg
Gemeenten Venlo, Venray, Gennep, Horst aan de Maas, Peel en Maas, Bergen (L) en Beesel
De BUCH, Alkmaar en Dijk en Waard
Gemeenten Bergen (NH), Dijk en Waard, Alkmaar, Uitgeest, Castricum en Heiloo
GR Peelgemeenten
Gemeenten Asten, Deurne, Gemert-Bakel, Laarbeek, Helmond en Someren
Zorgregio Midden IJssel/Oost Veluwe
Gemeenten Apeldoorn, Epe, Brummen, Hattem, Heerde, Lochem, Voorst en Zutphen
Noardeast-Fryslân, Schiermonnikoog en Dantumadiel
Gemeenten Noardeast-Fryslân, Schiermonnikoog en Dantumadiel
De Dienst Noardwest Fryslân
Gemeenten Harlingen, Vlieland, Terschelling en Waadhoeke
Gemeente Amersfoort e.o.
Gemeenten Amersfoort, Baarn, Bunschoten, Leusden, Soest en Woudenberg
Kempengemeenten en Best
Gemeenten Oirschot, Bladel, Eersel, Bergeijk, Reusel-De Mierden en Best
Gemeente Zaanstad e.o. en IJmondgemeenten
Gemeenten Zaanstad, Haarlem, Haarlemmermeer, Heemskerk, Beverwijk, Velsen, Bloemendaal, Heemstede en Zandvoort
HLTsamen, Noordwijk en Katwijk
Gemeenten Hillegom, Lisse, Teylingen, Noordwijk en Katwijk
Midden Limburg
Gemeenten Roermond, Weert, Nederweert, Leudal, Echt-Susteren, Maasgouw en Roerdalen
Regio Gooi en Vechtstreek
Gemeenten Hilversum, Laren, Huizen, Blaricum, Eemnes, Gooise Meren en Wijdemeren
Gemeente Alphen ad Rijn e.o.
Gemeenten Alphen aan den Rijn, Nieuwkoop en Kaag en Braassem
Inkoopsdcg (Inkoop sociaal domein centraal Gelderland) en Ede
Gemeenten Arnhem, Doesburg, Duiven, Ede, Lingewaard, Overbetuwe, Rheden, Westervoort, Wageningen, Zevenaar, Renkum en Rozendaal
NMD-Samenwerkingsverband
Gemeenten Assen, Aa en Hunze, Midden-Drenthe, Noordenveld en Tynaarlo
GGD Regio Gelderland-Zuid
Gemeenten Nijmegen, Beuningen, Buren, Culemborg, Druten, Berg en Dal, Heumen, Maasdriel, Neder-Betuwe, Tiel, West Betuwe, West Maas en Waal, Mook en Middelaar, Wijchen en Zaltbommel
De 8 Achterhoekse gemeenten
Gemeenten Doetinchem, Aalten, Winterswijk, Berkelland, Oude IJsselstreek, Montferland, Oost Gelre, Bronckhorst
Gemeente Leiden e.o.
Gemeenten Leiden, Leiderdorp, Voorschoten, Zouterwoude en Oegstgeest
GR JW
Gemeenten Gouda, Bodegraven-Reeuwijk, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas
Gemeente Purmerend e.o. en OVER-gemeenten
Gemeenten Purmerend, Edam-Volendam, Landsmeer, Oostzaan, Waterland en Wormerland
SWO De Wolden en Hoogeveen
Gemeenten De Wolden en Hoogeveen
Samenwerkende gemeenten provincie Utrecht
Gemeenten Rhenen, Utrecht, Veenendaal en Renswoude
GGD-regio Rotterdam-Rijnmond
Gemeenten Rotterdam, Albrandswaard, Barendrecht, Ridderkerk, Schiedam, Maassluis, Goeree-Overflakkee, Krimpen aan den IJssel, Vlaardingen, Nissewaard, Voorne aan Zee, Capelle aan den IJssel en Lansingerland
OZJT (Organisatie voor Zorg en Jeugdhulp in Twente)/Samen 14
Gemeenten Borne, Dinkelland, Haaksbergen, Hellendoorn, Hof van Twente, Losser, Oldenzaal, Rijssen-Holten, Tubbergen, Twenterand, Wierden, Hengelo, Almelo en Enschede
Regio IJssel-Vecht
Gemeenten Zwolle, Dalfsen, Deventer, Hardenberg, Kampen, Olst-Wijhe, Ommen, Raalte, Steenwijkerland, Staphorst en Zwartewaterland
Samenwerkende gemeenten provincie Groningen
Gemeenten Groningen, Midden-Groningen, Eemsdelta, Het Hogeland, Westerkwartier, Oldambt, Veendam, Pekela, Westerwolde en Stadskanaal
De 7 Westfriese gemeenten
Gemeenten Hoorn, Enkhuizen, Medemblik, Koggenland, Drechterland, Opmeer en Stede Broec
Lekstroom gemeenten
Gemeenten Nieuwegein, Houten, IJsselstein, Lopik en Vijfheerenlanden
Regio Haaglanden
Gemeenten Den Haag, Delft, Midden Delfland, Rijswijk, Westland, Leidschendam-Voorburg, Wassenaar, Pijnacker-Nootdorp en Zoetermeer
De 6 gemeenten, Bergen op Zoom, Steenbergen en Woensdrecht
Gemeenten Etten-Leur, bergen op Zoom, Steenbergen, Woensdrecht, Halderberge, Rucphen, Roosendaal, Zundert en Moerdijk
OWO-gemeenten
Gemeenten Ooststellingwerf, Weststellingwerf en Opsterland
Regio Flevoland (m.u.v. Zeewolde)
Gemeenten Almere, Lelystad, Dronten, Urk en Noordoostpolder
Gemeente Drimmelen e.o.
Gemeenten Drimmelen, Altena, Geertruidenberg en Oosterhout
Regio Kop van Noord-Holland
Gemeenten schagen, Den Helder, Hollands Kroon en Texel
GR De Bevelanden
Gemeenten Goes, Borsele, Kapelle, Reimerswaal en Noord-Beveland
Gemeente Amstelveen e.o.
Gemeenten Amstelveen, Aalsmeer, Diemen, Uithoorn en Ouder-Amstel
Coevorden en Borger-Odoorn
Gemeenten Coevorden en Borger-Odoorn
NEO gemeenten
Gemeenten Nunspeet, Elburg en Oldebroek
Werkmaatschappij 8KTD
Gemeenten Tytsjerksteradiel en Achtkarspelen
ABG Gemeenten
Gemeenten Baarle-Nassau, Gilze en Rijen en Alphen-Chaam
MijnGemeenteDichtbij
Gemeenten Boxtel en Sint-Michielsgestel
Samenwerkende gemeenten provincie Friesland
Gemeenten Smallingerland, Leeuwarden en Súdwest-Fryslân
Samenwerkende gemeenten provincie Zeeland
Gemeenten Veere, Schouwen-Duiveland, Hulst, Sluis, Terneuzen en Vlissingen
Molenlanden en Gorinchem
Gemeenten Molenlanden en Gorinchem
Inkoop & Monitoring Regio Utrecht West
Gemeenten De Ronde Venen, Montfoort, Woerden, Oudewater en Stichtse Vecht
GR Samenwerking A2 gemeenten
Gemeenten Heeze-Leende, Valkenswaard en Cranendonck
Aanbevelingen
De IGJ doet een aantal aanbevelingen om de onafhankelijkheid en transparantie van het Wmo-toezicht te versterken. Ook wil de IGJ de onderlinge samenwerking van gemeenten op het terrein van het Wmo-toezicht te stimuleren. Een groot deel van deze aanbevelingen is hetzelfde als in het rapport over 2023.
Onafhankelijkheid
- Organiseer de uitvoering van het toezicht buiten de directe invloedssfeer van het college van burgemeester en wethouders.
- Zorg ervoor dat de persoon die de functie van toezichthouder heeft daarnaast geen andere functie namens of in dienst van de gemeente of inkooporganisatie heeft.
Transparantie
- Zorg voor een betere, professionele registratie van de proactieve toezichtbezoeken, de verplichte meldingen, van de uitgevoerde onderzoeken in het kader van het reactieve toezicht. Hetzelfde geldt voor de registratie van de opgestelde rapporten en van de (wel/niet) openbaarmaking van de rapporten.
- Laat de gemeenteraad periodiek het toezichtbeleid vaststellen. Beschrijf daarin in ieder geval:
- Hoe het Wmo-toezicht vorm en invulling krijgt.
- Een afweging voor de openbaarmaking van toezichtrapportages. Neem als uitgangspunt dat de gemeente rapportages over proactief toezicht openbaar maakt.
- Zorg ervoor dat de gemeenteraad elk jaar een jaarverslag over het Wmo-toezicht krijgt.
- Betrek de inwonervertegenwoordiging (bijvoorbeeld een adviesraad sociaal domein) bij de ontwikkeling en evaluatie van het Wmo-toezicht.
- Zorg voor een cyclus van actief leren en verbeteren op basis van de inzichten uit het Wmo-toezicht.
- Informeer inwoners, gebruikers van Wmo-voorzieningen, zorgprofessionals en -organisaties actief over het doen van meldingen als er twijfels zijn over de kwaliteit van de Wmo-dienstverlening of bij calamiteiten.
Samenwerking
- Trek samen op met gemeenten in de regio op het gebied van de beleidsontwikkeling van het Wmo-toezicht.
- Trek samen op met gemeenten in de regio bij het beleggen en uitvoeren van het Wmo-toezicht. Kies hiervoor een logische schaal en partij.
Onafhankelijkheid
- Stel onafhankelijk een werkprogramma op, en luister hierbij goed naar de inbreng van relevante betrokkenen.
Transparantie
- Informeer inwoners, gebruikers van Wmo-voorzieningen, zorgprofessionals en -organisaties actief over het doen van meldingen als er twijfels zijn over de kwaliteit van de Wmo-dienstverlening of bij calamiteiten.
Algemeen
- Continueer het stimuleringsprogramma.
Transparantie
- Zorg voor een betere, professionele registratie van de proactieve toezichtbezoeken, de verplichte meldingen, van de uitgevoerde onderzoeken in het kader van het reactieve toezicht. Hetzelfde geldt voor de registratie van de opgestelde rapporten en van de (wel/niet) openbaarmaking van de rapporten.
Algemeen
- Continueer het stimuleringsprogramma.
Samenwerking
- Stimuleer dat Wmo-toezichthouders uniform werken. Bijvoorbeeld door gebruik te maken van het model toetsingskader.
- Stimuleer het actualiseren van afspraken over samenwerking tussen Wmo-toezichthouders, IGJ en andere relevante rijksinspecties.
Samenwerking
- Versterk de inzet om de samenwerking tussen de IGJ en het Wmo-toezicht te verbeteren.
Meer informatie
Heeft u vragen over deze rapportage? Of wilt u meer weten over de achterliggende gegevens die we daarvoor gebruikt hebben? Neem dan contact met ons op via e-mail of telefoon.